Hoe meer ingrepen, hoe beter de kwaliteit
Ziekenhuizen en vooral chirurgen die bepaalde ingrepen dikwijls uitvoeren boeken betere resultaten dan instellingen of dokters met een lageractiviteitsvolume.
Ingrepen centraliseren is dus een goede zaak.
Internationale studies tonen aan dat mortaliteit, complicaties en heropnames hoger liggen als voor specifieke procedures de behandelende chirurgen maar weinig patiënten zien. (Trends voor Specialisten nr 14, juli 2009)
Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg ( Het Volume van chirurgische ingrepen en de impact ervan op de uitkomst) onderzocht o.a. de ziekenhuissterfte, percentage complicaties en percentage revisies op 18 maanden voor heup en knieprothesen.
Voor de Totale Heup Prothese in Belgie doet de gemiddelde orthopedisch chirurg 23 THP per jaar en ¾ der orthopedisten doet er 27 per jaar. In onze dienst Orthopedie Care to move van AZ Nikolaas doet elke heupchirurg (Dr H.Delport,Dr B Van Backlé en dr J De Schepper) minimum 200 THP per jaar. Zelfs wanneer we opsplitsen in klassieke THP en Heup Resurfacing zitten we nog zeer ver boven het gemiddelde.
In het geval van de Totale Knie Prothese doet de gemiddelde Belgische orthopedist 23 TKP en ¾ doet er 30 per jaar. In onze dienst Orthopedie Caretomove van AZ Nikolaas doet elke kniechirurg (Dr H.Delport, Dr G Van Esbroeck en dr J De Schepper) er meer dan 100 per jaar.
Dit wordt ook bewezen door het complicatierisico : < 110 THP/j = 4.1 % > 110 THP/ j = 2.9%. Verder ook door de revisies op 90 dagen : < 110 THP/j = 2.9 % > 110THP/j = 1.7%.
We mogen dus stellen dat het super-specialiseren in onze dienst voor de patient een verzekering vormt tegen problemen en een verhoogde kans op een goed resultaat.
Hierdoor kunnen we ook zorgprogramma's instellen zoals Joint Care waarbij elke week op dinsdag een infosessie gegeven wordt aan de patiënten en hun familie. Zo zijn ze dan goed voorbereid en kunnen ze een van de weken nadien een operatie ondergaan aan heup en knie.



