hallux valgus

De aandoening

Hallux valgus betekent een scheefstand van de grote teen. Dit is vaak een gevolg
van te nauw schoeisel of overdreven hakhoogte, gedurende jaren gedragen. Dit
komt meestal voor bij vrouwen. Soms is er een familiale aanleg. Er zijn ook
jeugdige vormen.

Dit geeft vaak aanleiding tot een pijnlijke knobbel aan de binnenzijde van de
grote teen. Soms geraakt deze knobbel ontstoken. Er is mechanische hinder bij
het dragen van schoeisel. Op den duur kan er ook aantasting van de kleinere
tenen optreden, met scheefstand en eventueel hamerteen misvorming, en kruipt
de grote teen onder of over de tweede teen.

Op termijn kan er een gedeeltelijke ontwrichting optreden van de grote teen
met toename van de afwijking en progressieve arthrose. De toestand kan echter
ook vrij stabiel blijven.
Indien U hiervan veel last ondervindt, kan de teen best worden gecorrigeerd.
Dit kan op verschillende manieren, afhankelijk van de graad van aantasting.

Techniek

- De operatie gebeurt onder peridurale of algemene verdoving. Dit bespreekt U
best met de anesthesist.
- U veblijft gewoonlijk een tweetal nachten in het ziekenhuis.
- Voor de operatie wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde bloedleegte: met
een rubberen band wordt het bloed weggedrukt uit het lidmaat waarna een
knelband (zoals een bloeddrukmeter) wordt aangelegd. Hierdoor is het mogelijk
om gedurende de operatie bloedvrij te werken.
- Er wordt een insnede gemaakt aan de binnenzijde van de grote teen en voorvoet. Soms is er een bijkomende insnede over de voetrug en zonodig aan de
kleinere tenen.

Al naar gelang de ernst van de aandoening, wordt er een verschillende techniek
toegepast. Dit wordt uiteraard reeds beslist tijdens de raadpleging.

Meestal gebeurt er een osteotomie (correctieve breuk) van het eerste middelvoetsbeen alsook het eerste teenkootje.
Dit wordt gewoonlijk vastgezet (osteosynthese) met schroefjes en krammetjes.
Bijkomende correcties aan de klein tenen (vb. hamertenen) worden meestal
tijdelijk vastgezet met pinnetjes gedurende een 5-tal weken. Na deze periode
kunnen ze gewoonlijk tijdens de raadpleging worden verwijderd.

Arthrodese : In geval van ernstige arthrose is het soms nodig de grote teen vast te zetten in de gecorrigeerde stand. De teen wordt zo geplaatst dat hij een goede afrol
toestaat bij het stappen, waarvoor hij wel wat opwaarts moet worden gericht.

Normale gevolgen en nabehandeling

Na de ingreep wordt gewoonlijk een tijdelijk verband aangelegd. Het verband
wordt voor ontslag uit het ziekenhuis nog vervangen. U krijgt een speciale
postoperatieve verbandschoen. Deze laat u toe van onmiddellijk te belasten.

De hechtingen zijn resorbeerbaar en verteren dus spontaan.

- De eerste dagen na de ingreep kan de voet pijnlijk zijn. Hiervoor krijgt U de nodige pijntherapie. Meestal wordt een pijnpomp voorzien. Geleidelijk aan zal de pijn afnemen.
- In de eerste weken is het aangeraden geregeld hoogstand aan te nemen voor
het been, daar dit nog makkelijk zwelt bij te langdurig afhangen, met toenemende pijn tot gevolg.
- Tijdens de eerste weken wordt anti-thromboseprofylaxe toegediend. Dit bestaat uit dagelijkse onderhuidse spuitjes om flebitis of klontervorming en embolie tegen te gaan.
- Indien er pinnetjes gebruikt werden , worden deze na 5 weken in het kabinet verwijderd.
- Na een 6-tal weken mag U zo mogelijk normale (voldoende ruime) schoenen
proberen. Soms is er echter nog wat zwelling, die geleidelijk afneemt. U kan dan
eerst stappen in een wijde sandaal.
- Naar de toekomst toe is het best geen te nauw schoeisel te dragen en geen al
te hoge hakhoogte te kiezen, daar de afwijking dan terug kan toenemen.
- Ondanks de ingreep kan het toch nodig zijn achteraf nog steunzolen te dragen.

Complicaties

De volgende complicaties zijn mogelijk na hallux valgus chirurgie, doch zijn
hiertoe niet beperkt.
- Wondinfectie: zoals bij elke heelkundige ingreep kan er een infectie optreden van de wonde, ondanks de genomen voorzorgen. Meestal is dit goed behandelbaar met aangepaste antibiotica.
- Pin tract infectie: bij gebruik van percutane pinnetjes kan hiervan eveneens infectie optreden. Zo antibiotica niet helpen, dienen ze soms vroegtijdig te worden verwijderd.
- Diepe veneuze trombose, flebitis en longembolie: ondanks toediening van anticoagulantia kan deze verwikkeling soms toch nog optreden. Het betreft
klontervorming in de aders die soms meegevoerd kunnen worden naar de longen
(embolie). Een opname is dan vereist voor ontstollingstherapie die thuis meestal
medicamenteus dient te worden voortgezet.
- Gevoelsverlies: gezien de huidzenuwen de insnedeplaats soms doorkruisen, kan
hiervan rechtstreeks letsel optreden of door wondretractie (zenuwkneuzing).
Dit veroorzaakt een tijdelijke of zelden blijvende gevoelloosheid in een deel van de voet.
- RSD: dit is een onverwachte stoornis van de lokale bloedsvoorziening met initieel uitgesproken zwelling, warmtegevoel, tintelingen, zweterigheid, klamheid en glanzen van de huid, alsook lokale osteoporose. Indien deze tekenen zich voordoen, dient U uw arts spoedig te contacteren, gezien er bij vroegtijdige behandeling meestal een gunstige prognose is.
- Pseudarthrose of niet aaneengroeien van het bot: ondanks de beste fixatietechnieken heeft het bot soms onvoldoende helingsneiging. Er kan dan een bijkomende ingreep vereist zijn.

Verbandinstructies

De windel enkele keren rond de voet wikkelen.

Daarna achter de grote teen naar boven halen.

Over de grote teen terug naar de binnen onderzijde van de voet aanspannen en
terug rond de voorvoet wikkelen, terwijl de teen naar de binnenzijde wordt
aangetrokken (wég van de andere tenen).

Deze cijfer 8 vorm enkele keer herhalen zonder af te snoeren.