
Carpal tunnel Syndroom
Wat is het Carpal tunnel Syndroom?

In de pols loopt een zenuw, de mediane zenuw genaamd. Deze loopt samen met de buigpezen van de vingers onder een dikke band. Door verdikking van deze band of door zwelling van de pezen, kan deze zenuw worden plat geduwd.
Hierdoor kunnen tintelingen of pijn ontstaan in de vingers, vooral 's nachts. Hierdoor wordt u gewekt uit uw slaap. Door met de hand te schudden, probeert men de klachten te verbeteren. Soms wordt ook de spiercontrole aangetast, zodat u dingen laat vallen of moeite hebt met fijne bewegingen, zoals het dichtmaken van knopen.
Dit syndroom ontstaat vooral op latere leeftijd. In geval van overbelasting (door steeds dezelfde handeling te doen) komt het ook voor op jongere leeftijd.
Wanneer de klachten u te sterk hinderen, kan de zenuw worden vrijgemaakt met een kleine operatie.
De preoperatieve voorbereiding
Op vraag van de anesthesist, die voor de verdoving zorgt, dient er een bloedname, een ECG (een film van uw hart) en een foto van de longen te gebeuren. Dit kan u via de huisarts laten gebeuren.
Vermeld steeds iedere medicatie die u inneemt of neem ze mee.
In geval van suikerziekte moet dit zeker doorgegeven worden samen met de medicatiedosis.
Bloedverdunners dienen steeds op tijd te worden afgebouwd via de huisarts.
Wees minstens vier uur nuchter voor de operatie! (niet drinken, eten of roken)
De operatie
De operatie gebeurt ambulant en onder plaatselijke verdoving. U komt 's morgens binnen en gaat 's avonds naar huis.
Via een kleine incisie in de handpalm wordt de zenuw vrijgemaakt. Deze operatie duurt niet zo lang.
U verblijft wel een aantal uur in het operatiekwartier. De voorbereiding vraagt immers tijd en ook na de ingreep wordt u nog even gevolgd in de ontwaakruimte.
Indien u wat zenuwachtig bent, kunt u iets vragen om te kalmeren. U kan eventueel zelfs een walk-man meebrengen om u wat af te leiden. Na de operatie hebt u meestal geen of weinig pijn.
U krijgt op het dagverblijf pijnstillers mee voor de eerste dagen. Uw huisarts controleert na enkele dagen de wonde.
U krijgt ook een nieuwe afspraak mee voor een controle bij ons op de raadpleging.
De postoperatieve zorgen
U krijgt onmiddellijk na de operatie een spalkje tegen de pijn. Het is van essentieel belang om zo snel mogelijk de vingers te bewegen om verstijving te voorkomen.
Indien u koorts maakt of meer pijn hebt, contacteer onmiddellijk uw huisarts of onze dienst (via de praktijk of via de spoedgevallen.)
Tien dagen na de operatie zal u huisarts de spalk en de draadjes verwijderen. Wij zien elkaar terug op 3 weken.

Het postoperatief verloop en mogelijke problemen
De eerste vijf weken hebt u minder kracht in de hand. U zult de vingers wel kunnen gebruiken maar wringen zal moeilijk zijn. Na die periode zal de kracht geleidelijk terug komen.
Het litteken kan in sommige gevallen wat gevoelig blijven gedurende een paar maanden. Dit gaat weg met geduld en door het litteken te masseren met een zalf (een paar keer per dag).
Soms kan een carpal tunnel syndroom terugkomen. De frequentie hiervan ligt rond de drie percent.